Alleen: berichten uit de isoleercel

Dit mooie ontwerp is van Marc Suvaal, huisontwerper bij Lemniscaat

Alleen: berichten uit de isoleercel

Ik debuteerde in 2007 samen met Wouter Kusters en Jannemiek Tukker met dit boek, bij uitgeverij Lemniscaat. In Alleen beschrijven we onze ervaringen in de wereld van de psychiatrie in woord en beeld. Wouter is een gelauwerde filosoof, Jannemiek is kunstenares en ik ben journalist en aardwetenschapper. Wouter had in de jaren tachtig een paar psychoses, ikzelf verloor rond 2000 een tijdje mijn verstand. Bij Jannemiek komen de psychoses nog regelmatig terug.

Wouter en ik hebben dus geluk, maar we vonden het belangrijk om het taboe rond psychoses te doorbreken door met dit boek naar buiten te komen. Eén op de veertig Nederlanders krijgt een of meerdere psychoses in zijn of haar leven te verwerken en belandt voor korte of langere tijd in de psychiatrie. Maar dat zet je niet zo snel op je CV. Wij hebben ervoor gekozen om er wel mee naar buiten te komen, omdat we meer dan eens ervaren hebben hoezeer betrokkenen en familie en vrienden lijden onder de stilte. Blijkbaar was er behoefte aan een boek als het onze, want we werden enthousiast onthaald in de media. De Volkskrant gaf ons boek vijf sterren. Dat lijkt me in retrospect een beetje geflatteerd, ik bedoel: wij en Flaubert?, maar het geeft aan dat het een snaar raakte denk ik. Het boek gaat nu, d.d. november 2011 richting een derde druk. Hier een mooi interview in litterair tijdschrift Meander n.a.v. Alleen, een filmpje van ons in gesprek met Pieter Hilhorst bij Desmet Live, 26-03-07 en ons gesprek met Wim Brands bij VPRO Boeken.

Op 15 januari 2010 sprak ik met Hella van der Wijst over gekte en isoleercellen, in KRO’s De Wandeling. Extra filmpjes laten een inleiding tot het gebruik van de isoleercel door verpleegkundige Ad Koole en een nachtje in de isoleer door de ogen van Hella zien. Op 9 maart 2011 besteedde het NCRV-programma Het Derde Testament op vergelijkbare wijze aandacht aan Alleen en onze ervaringen tijdens het verblijf in de isoleercel.

Meer interviews en recensies naar aanleiding van Alleen in onder meer Trouw, de Volkskrant, NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad vind je hieronder. Als je meer wilt weten: sgerrits@gmail.com

Op Musings On Sanity benader ik het onderwerp wat meer filosofisch.

 

‘Alleen: berichten uit de Isoleercel’ in de media

TELEVISIE

Dinsdag 9 Maart 2010: In Het Derde Testament van de NCRV vertel ik nogmaals mijn verhaal.

Vrijdag 15 januari 2010: Nog een steentje in de stille vijver rond gekte. In een aflevering van KRO’s De Wandeling op Nederland 2 een openhartig gesprek over psychoses en isoleercellen met presentatrice Hella van der Wijst. Om een klein beetje te begrijpen hoe het is, brengt Hella een nachtje in de isoleercel door. Meer dan 30 pagina’s reacties op de website van het programma laten zien dat het onderwerp leeft.

OPTREDENS

We traden een paar keer samen op:
31-03-2007: Waanzinworkshop voor de Nacht van de Filosofie in Felix Meritis, Amsterdam

20-04-2007: Boekpresentatie, Museum Dolhuys

21-04-2007: 2e Boekpresentatie, Boekhandel Donner, Rotterdam.

29-09-2007: Symposium n.a.v. het 600-jarig bestaan van de Joriskapel in Delft

27-09-2010: Duo-lezing tijdens het 10-daagse Madness & Arts Festival (MAF) in Haarlem.

De afgelopen jaren heb ik tientallen lezingen over Alleen gegeven, vooral gericht op de GGz, maar ook op festivals, zoals de Nacht van de Waanzin in 2010. Cabaretier Wim Helsen presenteerde die en schreef over mij:

“Een curieus en bijzonder verhaal te vertellen hebben is één ding. Het weten te vertellen zoals ik Sam Gerrits zag doen, is een ander ding. Open, spannend, egoloos, eerlijk, helder, pijnlijk en soms heel grappig. Dat zijn de eerste zeven adjectieven die mij te binnen schieten als men mij vraagt: ‘Wat zijn de eerste zeven adjectieven die je te binnen schieten wanneer je aan de waanzin-vertelling van Sam Gerits denkt?’ Al geef ik toe dat die vraag mij nooit zo is gesteld.”

Ik vertel mijn verhaal aan de hand van het werk van Jannemiek Tukker en een fotoserie gebaseerd op Alleen, gemaakt door Jet Van Zwieten. Ik lees uiteraard ook stukken voor uit het boek. Zo krijgen luisteraars een gedetailleerd beeld van hoe gek worden nu precies in zijn werk gaat, vanuit de eerste persoon enkelvoud.

RECENSIES

Zo staan we op de site van Lemniscaat

Bohditv besprak ons boek ook onlangs

We kregen ***** 5 sterren in boekenrubriek Cicero van Volkskrant

De plant praat tegen je, de spiegel kijkt je aan

Pieter Hilhorst − 06/04/07, Cicero, Vokskrant

Wie aan een psychose lijdt, heeft kans in een isoleercel te belanden. Wouter Kusters en Sam Gerrits maakten het mee….

Waanzin is logisch. Wij denken dat de man die in de Albert Heijn frisdrankflessen openmaakt en eruit drinkt, bier op de vloer laat vallen en daar paprikachips overheen strooit in de war is. Wij denken dat de man die kletsnat het café binnenkomt (hij is net in het kanaal gaan zwemmen) en nu de kelder in wil kruipen niet meer goed kan nadenken.

Maar niets is minder waar. De waanzin is geen gebrek aan denken, maar een overdaad aan denken. De waanzinnige staat op het punt om een extreem helder inzicht gewaar te worden. In Alleen – Berichten uit de isoleercel vertellen Wouter Kusters en Sam Gerrits openhartig over hun psychotische aanvallen die eindigden in een isoleercel. Sam Gerrits was de man in de Albert Heijn, Wouter Kusters de man in het café.

Kusters vergelijkt de waanzin met een omgekeerde Truman-show. In de gelijknamige film is de hoofdpersoon de enige die niet weet dat hij in een reality-soap speelt. Al zijn medemensen zijn acteurs. De waanzinnige daarentegen is de enige die het wél weet. Alles lijkt zo ongelooflijk hyperrealistisch, dat het niet echt kan zijn. En dus is het de opdracht op zoek te gaan naar een geheimzinnige orde achter de verschijnselen. De verwarde man maakt een machteloze indruk, maar ondertussen is hij een god in het diepst van zijn gedachten. Alles gebeurt speciaal voor hem. De vogel die juist op dat moment daar gaat zitten. De plant die tegen hem praat. De spiegel die kijkt. Hij ziet dingen die anderen niet zien. En alles reageert op de magische handelingen die hij verricht. Hij is oppermachtig. Met zijn waarnemingen staat hij alleen, maar met zijn gedachten is hij, zelfs opgesloten in zijn cel, met talloze anderen in contact. Of zoals Kusters eufemistisch schrijft: ‘Zijn geest staat open voor bezoek.’

De waanzinnige belandt in een andere dimensie. De angst ontstaat dat hij niet meer terug kan. In de psychose staat de tijd stil. Alles gebeurt tegelijkertijd en klontert samen. Het is als een zwart gat dat alle materie verzwelgt. Maar als er geen gewone tijd meer is, is de dood niet meer iets dat je in de toekomst te wachten staat. De dood is al aanwezig. In de waanzin kan de doodsangst daarom onbelemmerd toeslaan. Door het rooster in de isoleercel stroomt gas naar binnen. Alleen met magische handelingen kan het tij worden gekeerd. De bekers moeten in de juiste volgorde worden gezet en het vuur moet brandend worden gehouden.

In de tekeningen van Jannemiek Tukker die naast de verhalen van Gerrits en Kusters staan afgedrukt, wordt die waanzinnige blik mooi verbeeld. De afbeeldingen zijn overvol. Alles vloeit in elkaar over en is met elkaar verbonden.

Gerrits bekent dat hij er soms naar terugverlangt. Uit de verhalen wordt de extase van de gekte voelbaar. De auteurs willen het begrip voor de waanzin vergroten. En daarin zijn ze bijzonder goed geslaagd. Maar gelukkig hebben de auteurs de verleiding van de anti-psychiatrie weerstaan. Ze zeggen niet dat de waanzin gewoon een andere manier is om naar de wereld te kijken. Ze erkennen dat mensen die bier en chips op de grond smijten of in kanalen gaan zwemmen gedwongen moeten worden opgesloten.

Het vervelende is alleen dat de isoleercel de waanzin in eerste instantie alleen maar aanwakkert. De isoleercel is een kleine ruimte met hoge plafonds en een gietvloer, waar de patiënt niets kapot kan maken. Er hangt een bord met krijtjes en pas als je ophoudt met tekenen en berekeningen maken, mag je er weer uit.

De witte muren worden projectieschermen voor de op hol geslagen verbeelding. Gerrits mijmert daarom over kleurlampen boven in de cel waardoor de cel een warme gloed kan krijgen. Geef de cel de kleur waar de patiënt het best op reageert. Kusters denkt dat het beter is als de patiënt vertrouwde dingen mee mag nemen.

Het zijn kleine, marginale voorstellen. Ze beseffen dat de waanzin moet uitrazen, voor je opnieuw kunt beginnen. Een beetje begrip voor de waanzin kan daarbij helpen. Of zoals Gerrits zegt. ‘Ik ben misschien parttime gek, maar in de tijd daartussen ben ik een weldenkend mens als ieder ander.’Pieter Hilhorst

★★★★★

Trouw besteedde anderhalve spread en een stukje voorpagina aan ALLEEN, bij deze een plaatje van aanhef en de volledige tekst van het recensie-interview van Peter Henk Steenhuis


D e V e r d i e p i n g

Trouw, woensdag 4 april 2007

De waanzinnige ruimte verkend en verbeeld


Wat is er subliem aan een psychose? Hoe kan de wereld er dan uitzien? Twee auteurs en een beeldend kunstenaar proberen in hun boek ’A l l e e n’ antwoord te geven op die vraag. „We hebben geprobeerd die verborgen waanzinnige wereld te ontsluiten.”

’Ons doel is de verkenning en verbeelding van de waanzinnige ruimte zelf”, schrijft de filosoof Wouter Kusters in de inleiding van het boek ’A l l e e n ’, dat gisteren verscheen. Kusters publiceerde twee jaar geleden ’Pure waanzin’, waarin hij zijn eigen psychotische ervaringen verwoordde. Dat leverde hem de Socrates-wisselbeker op,de prijs voor het beste filosofische werk van het jaar. Toch was Kusters nog niet klaar met de waanzin, vooral het hart van de duisternis wilde hij nader onderzoeken: de isoleercel. Hij begon met een plan voor een bundel interviews; hij eindigde met een boek, gemaakt door twee auteurs en een beeldend kunstenaar, die samen de ruimte onderzocht hebben ’waar de waanzin op z’n top is’.

In de inleiding van ’A l l e e n ’ benadrukt Kusters dat dit boek niet geschreven is om iets te verwerken en ook geen bewijs is van genezing. In tegendeel, door dit schrijven en tekenen werken we ons eerder opnieuw de waanzin in dan eruit. Dit effect geldt hopelijk niet alleen de makers van het boek, maar ook voor de consumenten ervan. Onze missie is geslaagd wanneer de gevoeligheid voor waanzin per hoofd van de bevolking toeneemt.” Als tijdens een gesprek in de Eersteklas Restauratie van het Amsterdamse Centraal Station deze uitspraak geciteerd wordt, neemt co-auteur Sam Gerrits, die in het boek zijn ervaringen als patiënt én zijn ervaringen als hulpverlener beschrijft, onmiddellijk de gelegenheid te baat te benadrukken dat ze zeker niet de hoeveelheid leed willen veronachtzamen die met een psychose gepaard gaat. „Veel mensen die een psychose hebben gehad, zijn jaren van hun leven kwijt.”

Toch klinkt er een’maar’ door in deze woorden. „Klopt”, zegt beeldend kunstenaar Jannemiek Tukker. „Voor mij zorgden de psychose en mijn periode in de isoleer ook voor een geest verruiming. De ervaringen die ik daar onderging, waren zo subliem dat de dagelijkse werkelijkheid er alleen maar bij in de schaduw kan staan.” De anderen beamen dit. Kusters: „Ik dacht: zo kan de wereld er dus ook uitzien.”Gerrits: „In de Openbaring van Johannes herken ik vrij veel.” Wat is er dan subliem? Hoe kan de wereld er dan uitzien? Wat is die openbaring?Op die vragen probeert ’A l l e e n ’een antwoord te vinden. Gerrits: „Wat we beschrijven,moet herkenbaar zijn voor wie de psychose kent, en we hopen dat de psychose invoelbaar wordt voor wie zoiets nooit heeft meegemaakt.” Aanvankelijk meenden ze de separeer-ervaring zelf te kunnen vastleggen. Dat bleek een illusie. Gerrits: „Als je in een psychose zit –in the heat of the moment–schrijf je dingen op de muur als: ’Jezus poep Maria’. Zo’n kreet is de ultieme verwoording van de openbaring op dat ogenblik.”

„Maar”, vult Kusters aan, „de uitspraak ’Jezus poep Maria’ is niet meer dan de uiterlijke weergave van de psychotische ervaring, terwijl er een hele ervaringswereld achter schuilgaat. Wij hebben geprobeerd die verborgen waanzinnige wereld te ontsluiten.” Opvallend aan die wereld is dat tijd en ruimte er hun gangbare betekenis verliezen. Gerrits: „Wouter en ik hebben allebei op een keer in een extra beveiligde cel op een politiebureau vastgezeten, zo’n cel met een brede deur waardoor drie man tegelijk naar buiten kunnen sprinten als ze jou er in achterlaten. Wij wilden verder in onze psychotische trip. Kan dat als je opgesloten zit? Nee. Dus moet je weg. Hoe? Via het gat van de wc. Misschien, dachten we, zit er aan de andere kant wel iemand die ons eruit kan trekken. De wc als geboortekanaal. Maar dan zou je wel heel klein moeten worden.”

’De psychose in verdunde vorm, daar kun je iets moois van maken’

Kusters: „In ’Alice in Wonderland’is iets vergelijkbaars beschreven. Dus?” Sam Gerrits: „Dus hebben we allebei onze arm in de pot gestoken om te voelen of daar iemand was die ons zou kunnen helpen ontsnappen.” „En het is ons niet gelukt”, zegt Kusters lachend. In ’A l l e e n ’ schrijft Kusters dat de waanzinnige ruimte een andere is dan die van de landmeter of cartograaf. „De ruimte kronkelt volgens eigen wetten en staat open voor vreemd bezoek uit het fantastische domein.” „Dat is ook te zien in de tekeningen in het boek”, zegt Jannemiek Tukker. „Voor mijn psychose werkte ik vooral met contouren, met globale lijnen gaf ik onderwerpen schetsmatig weer. Na mijn psychose is mijn werk hermetisch geworden, vol, ik gebruik nu het hele vlak, waarbij ik de ruimtes door middel van lijnen in elkaar laat overlopen. Dat klopt ook, want tijdens een psychose staan alle ruimtes met elkaar in verbinding, en verdwijnt het idee van voorgrond en achtergrond.”

Kusters: „In een psychose blijft niets op de achtergrond.” „Als je tijdens een psychose naar buiten gaat”, zegt Gerrits, „neemt het straatmeubilair plotseling een belangrijke plaats in. Normaal zie je lantaarnpalen, stoepranden, borden etc. over het hoofd, maar dan komen ze sterk op je af.” Wouter Kusters: „Zouden we nu het station uit lopen, dan stuiten we op een mensenmassa, opgebouwd uit individuen, die allemaal hun eigen weg gaan. Als je psychotisch bent, kan het zijn dat al die afzonderlijke bewegingen één beweging worden, vervloeien tot één harmonieus geheel.”

„Dat je samenvloeit met de wereld is een prachtige, oceanische ervaring”, zegt Gerrits. „Bijna een baarmoeder-achtige toestand. Maar dat harmonieuze geheel kan ook bedreigend zijn, want jij staat er wel buiten. Zo kun je het vermoeden krijgen dat er een complot is, dat iedereen tegen jou samenspant. Maar het kan je ook het idee geven dat jij de wereld bestuurt.” „Als een van die mensen daarbuiten op het stationsplein een beweging maakt, ben jij het die ze die beweging láát maken. Kenmerkend voor de psychose is ook de ervaring dat je uitverkoren bent.” „Omdat jij alles en iedereen bestuurt”, vervolgt Kusters, „bestaat de rest vande wereld alleen nog maar uit karakters, schimmen, figuranten. Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten.” „Maar de kater is”,zegt Tukker, „dat dit niet het geval is.”

In het boek gaat Wouter Kusters dieper in op de vervloeiende tijdsen ruimte-ervaringen. Hij verwijst naar de filosoof Immanuel Kant, die ruimte en tijd ’aanschouwingsvormen’ noemde, coördinaten van de wereld zoals wij die overdag hebben aangesteld, wanneer we wakker ’aanschouwen’. Maar in de slaapdroom is geen aanschouwing, geen ruimte, geen tijd, die ontstaat pas achteraf, als we de droom in een verhaal persen. „De tijd in de waakdroom van de waanzin”, schrijft Kusters, „is net zoals in de slaapdroom: geen waanzinnige verbaast zich wanneer mensen van vorm, gedaante of karakter veranderen.” Een andere ruimte, een andere tijd, een andere verhouding tot de wereld. Daardoor laat de psychotische ervaring zich kenmerken. Maar is dat alles? „Wat mij nog veel sterker is bijgebleven”, zegt Tukker, „is dat het licht zo anders is. Veel intenser. Niet dat ik weer helemaal psychotisch wil worden, maar iets van die sublieme ervaring, ja, daar verlang ik constant naar.” Delen de anderen dat verlangen? Sam Gerrits: „Voor mij is het eenvoudig, als ik een week mijn pil niet slik ben ik er weer. Nee, in zo’n onverdunde vorm wil ik het niet meer.” Wouter Kusters: „De onverdunde vorm is veel te gevaarlijk. Maar inderdaad,als je er in zou kunnen slagen de psychose in verdunde vorm te ervaren  kun je er iets moois van maken.” Bijvoorbeeld verhalen, tekeningen, een nieuwe ruimte. Gerrits: „Wij wilden de psychotische ruimte ontdekken. Wat we in ’A l l e e n ’ gecreëerd hebben, is iets anders, een nieuwe ruimte, waarin je over psychotische ervaringen kunt spreken.”

Inzet 1: Aantal plaatsingen in separeercel stijgt

Het is een kale ruimte met alleen een bed en een aan de muur verankerde stalen wc. Verder is alles verwijderd waarmee de tijdelijke bewoner van een isoleercel zichzelf of een ander iets zou kunnen aandoen. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg werden in 2005 –het laatste jaar waarover gegevens bekend zijn – ruim 6.300 patiënten van psychiatrische inrichtingen in een separeercel geplaatst, zo’n 150 meer dan het jaar eerder en dat waren er weer meer dan het jaar daarvoor. Nederland steekt met deze cijfers ongunstig af tegen veel andere Europese landen, waar afzondering veelal verboden is of relatief minder voorkomt. Volgens onder meer de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie heeft dat vooral te maken met deWet bijzondere opnamen psychiatrische ziekenhuizen, die dwangbehandeling (bijvoorbeeld in de vorm van het toedienen van kalmerendemiddelen) verbiedt. Dan rest niets anders, is de redenering, dan mensen die een gevaar vormen voor zichzelf of anderen af te zonderen. Inmiddels ligt er een wetsvoorstel dat de mogelijkheden tot dwangbehandeling verruimt.De Eerste Kamer moet er nog overstemmen.Volgens de Stichting Pandora, de belangenorganisatie van psychiatrische patiënten, is er echter sprake van een oneigenlijke tegenstelling. „Er is nu geen mens die in de isoleer verdwijnt, die niet al medicijnen heeft gehad”, zei beleidsmedewerkster Froukje Bos vorig jaar in een interview met T r o u w. Volgens de organisatie moet de oorzaak van het veelvuldig gebruik van de isoleercel eerder gezocht worden in een tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel in de psychiatrische instellingen

Inzet 2: De psychiatrie van binnenuit ervaren

Wouter Kusters(1966) is schrijver, filosoof en universitair docenttaalwetenschap. In 1987 zat hij vier maanden in een psychiatrische inrichting, waarvan drie weken in de isoleercel. In 2004 won hij met Pure Waanzin de Van Helsdingenprijs voor het bestewerk op het gebied van psychiatrie en filosofie en in 2005 won hij hiervoor de Socrateswisselbekervoor het meest prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.

Sam Gerrits(1970 ) is geochemicus, schrijver en journalist. Hij komt regelmatig in psychiatrische instellingen, tegenwoordig vooral als medewerker. Na zijn afstuderen werkt Sam een aantal jaren als aardwetenschapper in hetZuidAmerikaanse Amazonegebied. In 2000 dreven de gevolgenvan een skiongeluk hem naar eenander onherbergzaam oord: dewaanzin. In 2003 vond hij zijnweg terug, sindsdien schrijft hij.

Jannemiek Tukker(1964) kreeg tijdens een reis (1983) in Israël voorhet eerst te maken met hallucinaties en waangedachten. Daarnastudeerde ze aan de kunstacademie. Ze had in 1991 dermate waanvoorstellingen dat zij opgenomen werd op een psychiatrische afdeling in een algemeen ziekenhuis. Daarna bleef ze onderbehandeling staan bij een psychiatrische instelling. Het lukte haarvrijwel niet het maken van kunstte hervatten. Ze besloot daaromeen studie cultuurwetenschappente volgen en studeerde af op hetonderwerp outsider art. Deze kunstinspireerde haar weer om zelf tegaan tekenen. Sinds 2000 maaktze tekeningen, schilderijen enruimtelijk werk opgebouwd uitlijnen dat zij lineairisme noemt.Ze won de Beeldend GesprokenKunstprijs 2005 en exposeert regelmatig in Nederland en België.

Rob de Vries van de Jellinek kliniek vond ons boek grensverleggend. Lees hieronder:



‘Alleen, berichten uit de isoleercel’
Drs. Rob de Vries, (psychiater in Jellinek Mentrum)
Tijdschrift Geestelijke Verzorging 08-06-2008

Soms wordt een grensverleggend boek geschreven. Dit is zo’n boek. Waarom? Omdat het drie thema’s integreert, die in de hedendaagse psychiatrie van groot belang zijn, maar vaak ondergesneeuwd dreigen te raken in het objectiverende paradigma van de evidence-based interventies: het eerste persoonsperspectief, het narratieve gezichtspunt, dwang en drang. Het eerste persoonsperspectief benadrukt het belang van begrip voor de binnenkant van de psychotische ervaring. Het narratieve gezichtspunt stelt het eigen verhaal centraal. Dwang en drang blokkeren de existentieel centrale ervaring van handelingsvrijheid.

En om dat laatste punt draait het boek concreet. De schrijvers, Wouter Kusters, Sam Gerrits en beeldend kunstenaar Jannemiek Tukker, schrijven en tekenen wat er gebeurt als je psychotische mensen opsluit in een isoleercel. Daarbij sparen ze de lezer niet: indringend en niets ontziend onthullen ze hun psychotische en alledaagse ervaringen. Hun ervaringen in de isoleercel worden vormgegeven in verhalende hoofdstukken, die er niet om liegen, die de rauwe werkelijkheid van het letterlijk ‘ingesloten’ en ‘buitengesloten’ raken weerspiegelen. Overdonderd word je als lezer, als zij je meesleuren in hun huiveringwekkende wereld van onmacht en isolatie.

Wat mij opvalt in hun verhalen is het beklemmende en tegelijkertijd verleidelijke van de waanzin. Er zit iets fascinerends in, iets waar je naar kunt verlangen; ze doorbreekt de grenzen van de natuurlijke vanzelfsprekendheid, waarin de meeste mensen hun leven leiden. Maar daarnaast onthullen zij ook de angst voor ondoorgrondelijke doorbraken naar grondeloze en onvoorspelbare dimensies, die velen slechts in dromen beleven. De waanstemming, een diepgaande transformatie van de werkelijkheidservaring, is een primaire beleving bij psychotische mensen. Deze stemming wordt vaak veronachtzaamd in de dagelijkse diagnostische en therapeutische omgangstaal, omdat hij iets onuitsprekelijks heeft, niet in dagelijkse woorden is te vangen. Maar dat lukt deze kunstenaars nu juist wel! Het vreemde, huiveringwekkende en fascinerende van deze grondstemming wordt in woorden en beelden gevangen.

Wreed en gruwelijk is tenslotte de stigmatisering en isolatie waarin zij terechtkomen: hun ontregelende gedrag en onbegrip van omstanders leidt tot onherroepelijke destructieve communicatiespiralen, die het meest schrijnend worden weergegeven in de scènes tussen de vier muren van de isoleercel. Consequent en onnavolgbaar wordt het eerste persoonsperspectief gehanteerd. Zonder omwegen wordt getoond, hoe het is om psychotisch te zijn en om uitgestoten te raken. Maar ook hoe het is om als zorgverlener een patiënt te isoleren, d.w.z. om in te grijpen wanneer iemand gevaarlijk gedrag vertoont (één van de schrijvers heeft de isolatie van beide kanten beleefd, als patiënt en als zorgverlener). Als in een Griekse tragedie wordt weergegeven hoe de strijd om begrip voor de psychotische belevingswereld wordt gestreden en hoe dat gevecht wordt verloren, als begrip niet mogelijk blijkt en gevaar wordt gevreesd. De tekeningen (verfijnde lijnen, die in hun herhaling de fascinerende en beklemmende kanten van psychotische en opsluitings-ervaringen verbeelden) en de geschreven verhalen vullen elkaar naadloos aan. Ze gaan over dezelfde thema’s (binnen en buiten, vertrouwde en vreemde gewaarwordingen, aardse en buitenaardse invloeden, ervaringen van synthese en verbrokkeling; en de banale symbolen van isolatie: versterkte muren, deuren en ramen, kartonnen po’s, bekers, isoleerkledij en matrassen).

Ik heb het boek in één adem uitgelezen, ondanks de niets verbloemende intensiteit van de tekst en de tekeningen. Toen ik het uit had, wist ik dat mijn beeld van de isolerende interventie binnen het dwang- en drang -beleid voorgoed was veranderd door deze mensen, die met hun pennen en potloden hun kwetsbare binnenwerelden buiten, maar vooral binnen de isoleercel aan mij hadden geopenbaard. Ik wens het boek toe aan heel veel lezers: zet je schrap, maar vooral…laat je scherp maken met nieuwe kennis uit het eerste persoonsperspectief, zodat je het debat over dwang en drang meer verrijkt en genuanceerder kunt volgen of voeren.

Tijdschrift Geestelijke verzorging, jaargang 11, nummer 48, juni 2008

Mark Roos vergeleek ons in het AD met One Flew Over The Cuckoo’s nest:


In Totaal Isolement
Mark Roos, Algemeen Dagblad 12-05-2007


Wie kijkt daar? Hallucinogene illustratie uit de isoleercel van Jannemiek Tukker

In ‘Alleen’ doen een filosoof, een geochemicus en een kunstenaar verslag van hun ervaringen in de isoleercel van een psychiatrische instelling.

Altijd gedacht dat gekken te weinig hun verstand gebruiken, niet kunnen nadenken? Alleen: berichten uit de isoleercel rekent definitief af met dat vooroordeel. Waanzin komt vaak voort uit een teveel aan denken, een teveel aan redeneren, een weliswaar ongeordende maar hevige stroom van gedachten en associaties. Alleen is een even aangrijpende als fascinerende schets uit een wereld die je slechts kent uit speelfilms en van ‘horen zeggen’. ‘Onze missie is geslaagd wanneer de gevoeligheid voor waanzin per hoofd van de bevolking toeneemt’, luidt het aan het begin van het boek.

Het is een ambitieus streven van getuigendeskundigen filosoof Wouter Kusters, geochemicus Sam Gerrits en beeldend kunstenaar Jannemiek Tukker. En het moet gezegd: na enige onwennigheid word je zonder het zelf in de gaten te hebben meegezogen in de eigenaardige geestesgesteldheden en gedachtengangen in het boek.

In een stream of conciousness-achtige proza dat doet denken aan Ken Kesey’s One Flew Over the Cuckoo’s nest doet Sam Gerrits verslag van de weg naar de isoleercel en de visioenen, waanzin en hallucinaties binnen in die kale cel met dat schoolbord. Bij gebrek aan visuele prikkelingen in die onmetelijke leegte van de cel gaat de verbeelding op de loop.

De man die denkt dat het compleet normaal is bier te drinken in een supermarkt en op de vloer een soep te maken van frisdrank en chips; de man die gaat zwemmen in het kanaal; de man die boosschappen ziet in de grijze ruis op het televisiescherm; de man die trommelend op een prullenbak de Tyrannosaurus Rex in hem tot leven probeert te wekken: je kunt alleen maar sympathie voor ze hebben.

Sam Gerrits zet de tegenstelling normaal versus gek op de helling in een indringende brief aan zijn vriendin: ‘Wat is normaal? Wat jij normaal noemt: rust, reinheid en regelmaat, gesundenes Volksempfinden, je weet wel, bla bla, dat wat iedereen aanvoelt zonder erover na te denken? Nou, dat neem ik sinds enige tijd in pilvorm. Jouw basisgevoel, mijn doordrukstrip.’

Het is een van de vele passages in het boek die de strijd aangaan met de gebruikelijke huis-, tuin- en keukenlogica. Prachtig is ook de passage waarbij Wouter Kusters opmerkt dat ramen en deuren van de isoleercel niet, zoals gebruikelijk, naar binnen maar naar buiten openslaan, die de vraag doet oprijzen: ben ik nu binnen of buiten? Je moet ervoor openstaan, maar dan is dit ook een fascinerend boek met indringende verhalen en tekeningen vanuit een parallelle wereld met een tegendraadse logica die alle bestaande systemen en gebruiken omkeert. MARK ROOS

Gemma Blok in het NRC zag ons als exponenten van de neo-antipsychiatrie:

Alleen in deeltijd gek. Gemma blok, NRC Handelsblad 19-10-2007

Sam Gerrits en Wouter Kusters: Alleen. Berichten uit de isoleercel. Lemniscaat, 228 blz. e. 19.95

Daniel B. Smith: Muses, madmen, and prophets. Penguin, 254 blz. e. 25.99

Dertig jaar geleden, op het hoogtepunt van de antipsychiatrie, heetten psychiaters de ‘beulsknechten van de bourgeoisie’. Het stof van die enerverende jaren leek voorgoed neergeslagen, maar de laatste jaren herleeft de kritiek op de psychiatrie. In Alleen – Berichten uit de isoleercel noemen Sam Gerrits en Wouter Kusters de isoleercel een ‘substituut voor werkelijke zorg’. In Nederland wordt meer geïsoleerd dan in veel andere landen, maar Alleen is geen pleidooi om alle isoleercellen af te breken. De auteurs willen vooral tegenwicht bieden aan de ‘geestdodende taal’ van de ‘biopsychiatrie’, en daar slagen ze goed in.

Gerrits schrijft helder en geestig over zijn teloorgang van levenslustig student tot psychiatrisch patiënt. Waant hij zich tijdens zijn psychose nog een Tyrannosaurus Rex, tijdens zijn opname slaat de kater snel toe. Op een zonnige dag schuifelt hij, met een begeleider en kwijlend van de pillen, rond door de stad. De meisjes willen niets van hem weten. ‘Mijn aandeel is gekelderd’, sombert Gerrits. ‘Van potentiële minnaar tot ziek, afstotelijk dier.’

Ook de Amerikaanse journalist Daniel B. Smith trekt ten strijde tegen het ‘medisch model’ in de psychiatrie. In Muses, madmen, and prophets betoogt hij dat het horen van stemmen een universeel fenomeen is. Helaas reduceerden psychiaters het horen van stemmen rond 1850 tot ‘auditieve hallucinaties’. Daarmee werden stemmenhoorders bang om over hun ervaringen te praten.

Smith ontleent zijn verhaal voor een belangrijk deel aan een Nederlandse psychiater: de Maastrichtse emeritus hoogleraar Marius Romme, die een vergelijkbaar betoog voerde in het boek Stemmen horen accepteren (1990). Romme pleitte ervoor om patiënten te leren praten over hun ervaringen en stimuleerde ze om met hun stemmen in dialoog te treden. Zo konden ze de controle over hun bewustzijn herwinnen.

Smith sympathiseert hiermee. Zijn vader hoorde ook stemmen, maar wilde daar nooit over praten. Hij was bang gek te worden verklaard en daarmee een maatschappelijk doodvonnis te krijgen.

Weerzin tegen die sociale uitstoting van psychiatrische patiënten lijkt de motor achter de ‘neo-antipsychiatrie’ van Smith, Kusters en Gerrits. Smith noemt het wat plechtig onze plicht als medemens om beter naar stemmenhoorders te luisteren. Ook Gerrits wil graag serieus genomen worden. ‘Ik ben dan wel misschien parttime gek’, schrijft hij, ‘maar in de tijd daartussen ben ik een weldenkend mens als ieder ander. Behandel me alsjeblieft nier alsof ik permanent niet meer kan nadenken.’ Dat blijft een belangrijk geluid. GEMMA BLOK

Ook het Maanblad Geestelijke Volksgezondheid was vol lof:

‘Alleen, berichten uit de isoleercel’
Freek M. Boon, MGv 05-01-2008


Dit is een artistiek-journalistiek product van drie mensen die in taal en in beeld uitdrukking geven aan ervaringen, korter of langer, in een isoleercel. Zo bevat het drie series tekeningen (elk met een eigen stijl en sfeer) van Jannemiek Tukker, kunstenares. Geochemicus en pedagogisch medewerker jeugdpsychiatrie Sam Gerrits schreef twee bijdragen, de inleiding en twee andere teksten zijn van filosoof en taalwetenschapper Wouter Kusters. Het boek is vierkant van vorm en mooi ingebonden. Het voelt robuust en oogt verzorgd. Op het zwarte omslag staat in donkergeel ‘Alleen’ en een gestileerd tralieraam: de psychiatrische eenpersoonscel.

Nadat ik het boek vluchtig doorgebladerd heb, lees ik als eerste de bijdrage van Sam Gerrits, ‘Cellen en ceremonies’. Terwijl de andere teksten geschreven zijn vanuit het perspectief van de patiënt, schrijft Gerrits hier vanuit het zorgverlenerperspectief. Hij kent de isoleercel weliswaar van binnenuit, maar werkt ook in de psychiatrie, volgens de personalia ‘vooral als pedagogisch medewerker.’ (p. 228) In deze bijdrage ervaar je als lezer allereerst dat verpleegkundigen en patiënten elkaar soms stevig te lijf gaan: ‘Mirjam wringt haar arm los, haalt uit en raakt Kattelijne vol op haar gezicht. Ik druk op mijn pieper, maar het is al te laat. In Mirjams ring zat een scherpe steen. Op Kattelijnes wang verschijnt een lange schram, waar even later kleine druppeltjes bloed op staan. Het maakt Kattelijne scherp. Binnen een paar seconden heeft ze het meisje weer onder controle.’ (p. 135) Gerrits beschrijft vervolgens hoe hoog de spanning oploopt en hoe deze jonge patiënte tekeer gaat: ‘Ik maak jullie kapot. Helemaal kapot, hoor je?’ (p. 136) In deze beschrijving laat hij ook op subtiele wijze zien hoe belangrijk het is dat de hulpverlener blijk geeft van sensitiviteit.

Na een bespiegelend intermezzo over agressiebeperkende methodiek voor verpleegkundigen (de Controle- en Fysieke Beheersing) lezen we hoe het verder ging met deze separatie. Pas dan blijkt dat ze slechts vijftien minuten duurde. Dat is ontnuchterend, maar het richt heel mooi de aandacht op de volgende scène: Sam en zijn collega Kattelijne openen de deur. Kattelijne stapt naar binnen en zegt: ‘Ach meisje toch.’ Ze steekt haar hand uit en helpt Mirjam overeind. Mirjam vertelt Sam even later dat ze rustig wordt van afzondering en hij denkt even terug aan de tijd waarin hij zwierf en geregeld werd afgevoerd naar de ‘bedrieglijke’ kalmte van een isoleercel.

Het kamp van de vijand

Een isoleercel is ontworpen en gebouwd door mensen, zo realiseert Sam Gerrits zich in een vraaggesprek met architect Ad Tjerk van Lit. Gerrits zat ooit vast in een separeerruimte, ontworpen door deze architect. Hij noteert zijn gevoel wanneer hij bij hem thuis op de bank zit: ‘Ik bevind mij in het kamp van de vijand, maar het voelt anders.’ (p. 144) Van Lit vertelt onder meer over kenmerkende details van separeerruimtes, zoals de toiletvoorziening, de camera, het vrij hoge plafond (zodat de patiënt er niet bij kan) en de klok, geplaatst in het raam. Dat laatste is opgebouwd uit plexiglas platen met een geluidisolerende tussenruimte van ongeveer een decimeter. Het dient de rust van de gesepareerde patiënt en van degenen die in de omgeving van de cel verblijven of werken.
Gerrits vertelt dat het sacraal hoge plafond, de camera en de klok in de vitrine surrealistisch op hem overkwamen: ‘De ruimte is een kapel geworden, […] met als iconen, een klok en een camera. […] Alsof de crux van een psychose het tijdruimteweefsel zelf is.’ Van Lit vertelt dat hij tijdens het ontwerpen van de separeerruimte enig contact had met patiënten, maar dat dit niet constructief genoeg verliep. Achteraf bezien was het misschien beter geweest om te overleggen met ex-patiënten.

Arm vol bloemen

Gerrits’ andere verhaal, ‘Voorbij de laatste deur,’ is gebaseerd op eigen ervaring. Verrassend helder en concreet doet hij verslag van een reeks vreemde gebeurtenissen, denkbeelden (die volstrekt logisch lijken) en ontmoetingen. Het verhaal is niet chronologisch geordend en het begint ermee dat zijn moeder hem op de opnameafdeling bezoekt. ‘Ze zit tegenover me, op de bank. Ik zit schrijlings op een stoel […] en kijk haar aan. Ik wil wel langer kijken maar moet eerst even een rondje lopen. Sinds ik hier opgesloten zit, moet ik de hele tijd rondjes lopen. Ik mompel: ‘Ben zo terug mam’ en loop weg, de gang in. Als ik terugkom zit ze daar nog steeds, met haar armen vol bloemen.’ (p. 19) Als lezer voel je de vervreemding, maar wat de verteller beleeft, wordt pas navoelbaar als hij ons vervolgens deelgenoot maakt van de voorgeschiedenis. Superhelder beschrijft hij zijn waanbelevingen en de daaruit voortkomende logisch-vreemde handelingen en gedachten. Op een dag, precies drie maanden nadat zijn geliefde het had uitgemaakt, begroet de televisie hem met gesis; een scherm vol ruis. Eerst ziet hij alleen sneeuw maar vervolgens ontdekt hij daarin patronen en woorden. Met behulp van de afstandsbediening beantwoordt hij deze boodschappen. Hoe ‘vreemd’ zijn handelingen en ervaringen feitelijk ook zijn, hij toont de lezer hoe ‘gewoon’ het op dat moment voor hem is. Zodat de lezer zich tijdens het lezen afvraagt: kan dat ook mij overkomen? Hij probeert dan orde te scheppen in zijn waanwaarnemingen. De wisselende kleurigste vlakken op de televisie gaat hij aanraken. Eerst de gele en rode, later vooral de oranje. Die kleur ‘…lekte bijna uit de beeldbuis.’ In de spiegel ziet hij een vreemd golvend beeld. Hij is ervan overtuigd dat hij een methode heeft ontdekt om hogere dimensies te bereiken en ervaart alles alsof hij ‘…wakker (is) in een droom.’

Gerrits (evenals Wouter Kusters elders in dit boek) weet deze wonderlijke ervaringen op straat, in een supermarkt en ten slotte in de isoleercel, meeslepend en duidelijk aan de lezer over te brengen. Dat is een formidabele prestatie, want het besef van ruimte, tijd en de natuurwetten gedurende deze wanen verschilt sterk van de alledaagse werkelijkheidservaring van de ‘gewone’ lezer. Zo krijgt de branddetector aan het plafond van zijn cel voor Gerrits een geheel eigen betekenis: ‘een uitgroeisel’ van de ruimte erboven en dáár doorheen moet hij naar boven toe. ‘Door me te concentreren, door te schuiven en te meten met mijn geest.’ (p. 27)
De grote kwaliteit van de teksten van beide schrijvers is dat ze waanervaringen invoelbaar maken voor ‘buitenstaanders’. Ook de tekeningen brengen dat over. De kwaliteit van deze uitgave is te danken aan de stilistische en verbeeldende kwaliteiten van alle drie de makers. Om ‘gekte’ zo toegankelijk te maken, moet je bijzonder veel in je mars hebben.

Freek M. Boon, Humanistisch geestelijk verzorger, GGZ Delfland, Delft, in het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid, jaargang 63, nummer 1, van januari 2008

Zelfs huis aan huisblad ‘Ons Utrecht’ kwam ons even aan de tand voelen:


Utrechtse schrijvers laten andere kant psychoses zien
Renske Nagtegaal,
Ons Utrecht 04-04-2007

Het is geen verhaal over lijden’, vertelt Sam Gerrits (36) over zijn semi-autobiografische boek ‘Alleen: berichten uit de isoleercel’. ‘De verhalen in het boek laten de andere kant van psychoses zien. Niet de theorieën van psychiaters maar eigen ervaringen. Tijdens een psychose ervaar je heel waardevolle dingen, je leert hoe relatief de werkelijkheid is en wordt je veel bewuster van hoe je normaal tegen dingen aankijkt’, vult Wouter Kusters (40), eveneens schrijver van het boek, hem aan.

Kusters is filosoof en taalwetenschapper. Eerder schreef hij ‘Pure Waanzin’. Een boek over psychoses dat onder meer werd bekroond als beste filosofieboek van 2005. Geochemicus en journalist Sam Gerrits (36) debuteert in ‘Alleen: berichten uit de isoleercel’. De aandacht die het boek oplevert is voor hem even wennen: ‘Je vertelt nu ineens voor radio en televisie dat je gek bent geweest.’ De twee leerden elkaar kennen door Kusters vorige boek. Gerrits schreef Kusters hier een mail over en een afspraak in de kroeg volgde. De Utrechters bleken naast dezelfde ervaring, een psychose, ook dezelfde gedachten hierover te hebben en het idee voor een nieuw boek ontstond. Graag wilden ze daarbij naast tekst ook gebruik maken van beeldende kunst. Vandaar dat de verhalen worden afgewisseld met tekeningen van Jannemiek Tukker.

Gerrits wil met zijn verhaal duidelijk maken dat een psychose een ziekte is, maar dat de omgeving vaak niet zo reageert. ‘Normaal zat ik zelf op het terras op het Ledig Erf. Nu was ik een van die gekken die daar altijd rondlopen. Een meisje dat daar zat en dat ik via via kende, kwam niet naar me toe. Als ik in een rolstoel had gezeten, had ze me waarschijnlijk wel aangesproken om te vragen wat er gebeurd was. Nu was ik afstotelijk en beangstigend voor de buitenwereld.’

Kusters denkt dat de verhalen van binnenuit duidelijk maken dat mensen met psychoses niet zomaar iets doen. Hij had zelf tijdens zijn psychose het idee dat de strijd tussen de Duitsers en Russen zich om hem heen afspeelde. Hij dacht dit wereldprobleem op te lossen. Toen hij vervolgens in café België de jongen naast hem voor iemand van de tegenpartij aanzag, gooide hij hem een glas bier in het gezicht. ‘Voor omstanders was ik een gek die zomaar een glas bier in zijn gezicht gooide, maar voor mij had het een reden. Ik hoop dat mensen die het boek lezen een stukje van de extase, verwondering en verrukking van een psychose meekrijgen. Een stukje dan, niet dat ze gelijk ook opgenomen en platgespoten moeten worden hè?!’

* * *


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s


%d bloggers like this: